dinsdag 28 april 2009

Schriftelijke vraag 2: Kruispunten en voorrang van rechts

Lier-Koningshooikt
Lier,
30 maart 2009

Geachte mevrouw de voorzitster,


Graag had ik volgende schriftelijke vraag gesteld aan het college van burgemeester en schepenen:


Geachte mevrouw de voorzitster,
Geachte schepenen en burgemeester,


Op 24 maart jl. keurde de commissie voor Openbare werken, Mobiliteit en Energie de volgende resolutie betreffende de voorrangsregeling aan kruispunten van gewestwegen en/of gemeentelijke wegen goed:

http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2008-2009/g2089-1.pdf

(Zie ook bijlage op blz. 3 en 4)

Aangezien het hier gaat om een door alle meerderheidspartijen gedragen voorstel, is ook plenaire goedkeuring van deze resolutie binnen korte tijd een zekerheid.

In concreto vragen de indieners van de resolutie om de voorrangsregeling van rechts op te heffen op kruispunten van “snelle” wegen met een maximumsnelheid van 70 km/u of meer met zogenaamde “trage” wegen met een lagere maximumsnelheid. Door het voorrangsrecht van rechts dat geldt op de trage weg ontstaat er immers een onveilige situatie wanneer de wagens die van deze weg komen zich, beroepend op hun voorrang, zonder te stoppen de snelle weg kruisen of opdraaien. Door een bord “voorrang verlenen” te plaatsen op de trage wegen aan de kruispunten met snelle wegen kan dit eenvoudig opgelost worden.

De indieners van de resolutie stellen dat de Vlaamse regering de voorgestelde regeling kunnen uitvoeren op de gewestwegen, maar dat voor de uitvoering ervan langs de gemeentewegen de gemeentebesturen verantwoordelijk zijn.

In de inleiding van het voorstel lezen we:

“De indieners van dit voorstel van resolutie pleiten er dan ook voor dat de Vlaamse overheid
de gemeentebesturen met alle middelen die haar ter beschikking staan, zou stimuleren om al die onveilige situaties te inventariseren en ze aan te passen zoals in dit voorstel van resolutie wordt aangegeven.”

In de eigenlijke resolutie lezen we volgende clausule:

“(…) de gemeentebesturen met alle beschikbare middelen te stimuleren en te ondersteunen om hetzelfde te doen langs de gemeentewegen.”

Aangezien, zoals eerder al aangegeven, plenaire goedkeuring van dit voorstel snel verwacht mag worden, zou ik graag de volgende vragen stellen:

1) Op welke kruispunten in Lier heeft dit voorstel mogelijks betrekking?


2) Welke stappen zal het schepencollege nemen om de vermelde “stimulering en ondersteuning” van haar voogdijoverheid optimaal te benutten?


Met voorname hoogachting,

Rik Verwaest
Gemeenteraadslid CD&V/N-VA Lier-Koningshooikt

Schriftelijke vraag 1: Energiebox

Schriftelijke vraag


Geachte mevrouw de burgemeester,
Geachte schepenen,


Recentelijk maakte de gemeente Kruibeke bekend dat haar E-Box-experiment voorlopig zeer positieve resultaten had gegenereerd. De gemeente in kwestie stelde een besparing van maar liefst 20 tot 25% vast op het energieverbruik in de gemeentelijke gebouwen waar de E-Box was geïnstalleerd.

De E-Box, of Energiebox, is een nieuwe innovatieve technologie die het elektriciteitsverbruik voor verlichting van gebouwen en wegen drastisch vermindert. Het visuele comfort blijft intact. Voor het blote oog blijft de lamp even fel schijnen. Voorbeelden uit het buitenland tonen aan dat de E-Box gemiddeld een vijfde van het normale verbruik bespaart, de levensduur van de lampen gevoelig verlengt en ook de uitstoot van broeikasgassen op die manier verlaagt. Al deze voordelen zorgen ervoor dat de E-Box zijn aankoop al terugverdiend heeft tussen de 12 en de 36 maanden na installatie! Verschillende overheden in Europa maken reeds tot hun grote tevredenheid gebruik van dit apparaat. Ook de Europese Commissie erkent het nut van de E-Box en moedigt de installatie ervan aan.

Het toestel maakt gebruik van het verschil tussen de netspanning (230 volt) en de spanning die de lampen nodig hebben om te werken (210 volt). Door de uitgangsspanning te verlagen en pieken in de netspanning uit te vlakken (tot 210 volt) wordt er minder stroom verbruikt. Lampen reageren immers op stroompieken door tijdelijk feller licht te geven dan nodig (en verbruiken dus meer dan nodig). Deze energiebezuinigende techniek tast het visueel comfort niet aan en het energieverbruik wordt aanzienlijk verminderd.

Minder en milieuvriendelijker verbruik voor evenveel licht dus. Het lijkt me dan ook niet meer dan logisch dat bij de energiebesparende maatregelen die het stadsbestuur afkondigde de installatie van de E-Box in de stadsinfrastructuur niet mag ontbreken. Desnoods kan eerst in een experimentele fase, net als in Kruibeke, de E-Box getest worden in enkele stadsgebouwen.

Daarom ook de volgende vragen:

-Heeft het stadsbestuur reeds kennis genomen van de resultaten van het proefproject in Kruibeke?
-Is het stadsbestuur bereid om de mogelijkheid van een soortgelijk proefproject in Lier te onderzoeken?

Met vriendelijke groeten,

Rik Verwaest

Gemeenteraadslid N-VA

Mondelinge vraag 1: Geluidswering

Lier-Koningshooikt
Lier,
30 maart 2009

Geachte mevrouw de voorzitster,


Graag had ik volgende schriftelijke vraag gesteld aan het college van burgemeester en schepenen:


Geachte mevrouw de voorzitster,
Geachte schepenen en burgemeester,


Op 28 februari jl. antwoordde Vlaams minister van Openbare Werken Hilde Crevits op een vraag van Martine Fournier betreffende de plaatsing van geluidsschermen langs gewestwegen.

Vraag Fournier:

http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/schv/2008-2009/CREVITS/356/vrg.356.doc

Antwoord Crevits:

http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/schv/2008-2009/CREVITS/356/antw.356.doc

Interessant is dat de minister bij haar antwoord een overzicht geeft van de recente geluidsmetingen in Vlaanderen.

Overzicht:

http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/schv/2008-2009/CREVITS/356/antw.356.bijl.001.doc

Voor Lier (p.4) weren op 04/6/2008 metingen verricht in de wijken Zuid-Australië en Donk langs gewestweg R16. Voor Zuid-Australië werd een meetresultaat van 62,1 decibel vastgesteld, wat voor de Vlaamse overheid onvoldoende is (minimaal 65 d.) om de plaatsing van geluidsschermen te verantwoorden.

Voor wijk Donk geldt echter een ander verhaal: hier werd een geluidsproductie van 69,0 decibel vastgesteld. De Vlaamse overheid ziet een overschrijding van de 65 decibel-grens als voldoende reden om de geluidsproductie van de gewestweg als “overlast” te beschouwen. Zij begrootte bepaalde fondsen om de plaatsing van geluidswerende schermen gedeeltelijk terug te betalen (volledige terugbetaling pas na > 85 d.).

Op p.4 van de bijgevoegde tabel bij het antwoord van Crevits wordt dan ook voor de wijk Donk gesteld door de Vlaamse regering:

“Geluidswerende maatregelen worden onderzocht.”

Mijn vragen aan het college zijn dan ook als volgt:

1) Wat is de huidige stand van zaken wat het onderzoek naar geluidswerende maatregelen voor wijk Donk?

2) Is de stad bereid een bijdrage te leveren ter aanvulling van de gedeeltelijke financiering van geluidswerende schermen door de Vlaamse regering voor wijk Donk?


Met voorname hoogachting,

Rik Verwaest
Gemeenteraadslid CD&V/N-VA Lier-Koningshooikt

Interpellatie 2: Sloop oud zwembad

Lier-Koningshooikt
Lier,
9 februari 2009


Geachte mevrouw de voorzitster,

Graag had ik volgende interpellatie op de agenda gezet van de gemeenteraad van maandag 23 maart aanstaande:


Geachte mevrouw de voorzitster,
Geachte schepenen en burgemeester,
Geachte collega’s,


De voorbije maanden kon ik persoonlijk vaststellen dat heel wat jongeren het oude zwembad in het stadspark gebruiken als rondhangplek. De stadsdiensten doen lovenswaardige pogingen om het leegstaande gebouw af te sluiten voor indringers, maar zij blijken geen partij te zijn voor de ontdekkingsdrang van onze jonge stadsgenoten. De brand die een maand geleden uitbrak is het beste bewijs dat het gebouw gemakkelijk kan worden binnengedrongen, ook door mensen met minder onschuldige bedoelingen.

Het oude zwembad is er na enkele jaren leegstand slecht aan toe. De muren staan vol graffiti en sinds de brand is zowel de achterkant als de voorkant lelijk beschadigd. De vraag die we ons nu moeten stellen is of het niet opportuun is het gebouw zo snel mogelijk te laten slopen?

Er zijn twee goede argumenten voor een snelle sloop: ten eerste loopt de stad een behoorlijk aansprakelijkheidsrisico wanneer er in de toekomst ongevallen gebeuren in het gebouw en de schadelijder kan aantonen dat de stad als eigenaar en ergo toezichthouder deze gevaarlijke site onvoldoende heeft afgesloten. Nu alle ramen langs de achterkant weg zijn en de voordeur vernield is, lijkt het degelijk afsluiten ervan quasi onmogelijk. Ten tweede is het evident dat het gebouw er door langere leegstand niet mooier op zal worden en de aantrekkelijkheid van de omgeving van het stadspark en Timmermansmuseum behoorlijk zal aantasten.

Dat er nog tijd en onderzoek nodig is om een finaal besluit over de toekomstige functie van het terrein te nemen lijkt me evident, maar dat staat mijn inziens volledig los van een eventuele sloop van het huidige gebouw. Ik zou dan ook willen vragen om snel te handelen in dit dossier en hoe dan ook de sloop van het oude zwembad in te zetten.



Met voorname hoogachting,

Rik Verwaest

Gemeenteraadslid N-VA Lier-Koningshooikt

Interpellatie 1: Historisch werk 800-jarig bestaan

Lier-Koningshooikt
Lier,
9 februari 2009


Geachte mevrouw de voorzitster

Graag had ik volgende interpellatie op de agenda gezet van de gemeenteraad van maandag 16 februari aanstaande:


Geachte mevrouw de voorzitster,
Geachte schepenen en burgemeester,
Geachte collega’s,


Als historicus en Lierenaar kijk ik met veel plezier uit naar de viering van het achthonderdjarige bestaan van onze stad in 2012. Een dergelijk historisch ijkpunt mag, zeker voor een geschiedenisrijke stad als Lier niet ongemerkt voorbijgaan. De zeer succesvolle historische evocatie van het huwelijk van Johanna en Filips in 1996 heeft ons getoond dat geschiedenisbeleving ook voor een breed publiek weggelegd kan zijn.

Mijn teleurstelling was dan ook groot nu blijkt dat anno 2009, drie jaar voor het historische jubileum, de stad nog maar weinig inspanningen heeft gedaan ter voorbereiding van de viering ervan. Het vrijmaken van budgetten en het samenstellen van werkgroepen en comités is één ding, maar als historicus kan ik u verzekeren dat geschiedenis, niet onlogisch eigenlijk, een werk van lange jaren is.

Voor het voorbereiden van een eendaagse historische evocatie volstaat twee tot drie jaar voorbereidingstijd allicht, al dienen ook hier snel de nodige knopen te worden doorgehakt. Maar een historische evocatie, hoe belangrijk ook, volstaat niet om een dergelijk historisch gebeuren recht te doen. Het wetenschappelijke luik, al is dit vooral bestemd voor een kleiner publiek, is minstens zo belangrijk om de viering van achthonderd jaar Lier ook duurzaam te laten herinneren bij de Lierenaars.

Dit historische ankerpunt in de geschiedenis van de stad Lier biedt een unieke gelegenheid om de geschiedschrijving over onze stad een nieuwe impuls te geven. Dat dit nodig is, heeft mijns inziens geen betoog nodig. De laatste volledige geschiedenis van Lier werd geschreven door Anton Bergmann anno 1873! Waarom zouden we het achthonderdjarige bestaan niet aangrijpen om als stadsbestuur een stevige impuls te geven tot het schrijven van een moderne, leesbare geschiedenis van onze stad?

Gaan wij zo een belangrijke taak overlaten aan goedbedoelende hobbyisten? Gaan wij als stadsbestuur blijven wachten tot deze gelegenheid is gepasseerd? Voor het opstellen van een dergelijk historisch werk is immers een tijdsspanne van jaren nodig.

Ik zou u dan ook willen vragen, beste schepen, om zeer snel werk te maken van het oprichten en financieren van een wetenschappelijk comité dat zich bezig houdt met de redactie van één of meerdere wetenschappelijke publicaties over de volledige geschiedenis van Lier. Grote spoed is daarbij aangewezen. Voor één keer werkt de tijd immers in het nadeel van de historici. Anders zou u een, in alle opzichten van het woord, historische kans laten liggen.

Met voorname hoogachting,

Rik Verwaest

Gemeenteraadslid N-VA Lier-Koningshooikt