Meer dan twee maanden geleden sinds ik hier nog iets gepost heb. Dat is lang. Ik moet toegeven dat ik een tijdje getwijfeld heb of het zinvol is om door te gaan met deze blog: Mijn neiging tot oeverloos geschrijf (één van de minder goede erfenissen van mijn geschiedenisopleiding) maakt elke nieuwe post een behoorlijke inspanning. Bovendien vreesde ik alleen nog te schrijven voor een klein clubje van incrowd en dat was nooit de bedoeling van deze blog. Derde argument was dat mijn goede vriend en partijgenoot Bert Wollants er zelf al een bijzonder goede actualiteitsblog over de Lierse politiek op nahield (www.bloggen.be/bertblikt) waarmee hij me gewoonlijk het gras voor de voeten wegmaaide.
Toch ben ik ervan overtuigd dat een blog waarin wat dieper en uitgebreider wordt nagedacht over de Lierse politiek zin heeft. Deze stad staat op een belangrijk kruispunt en iedereen die er bezig is met haar beleid, gemandateerd of niet, heeft de plicht na te denken in welke richting hij zijn stad wil zien evolueren.
Het zijn uiteraard geen gemakkelijke tijden voor politici. Zelfs voor 6 december blijkt de zak van Sinterklaas al aardig leeg te zijn: Volgens de begrotingsprognoses voor de komende jaren zal het voor Lier, dat flink wat investeerde de voorbije jaren, aardig de buikriem aansnoeren worden. Alle departementen kregen de stadsontvanger op bezoek, die als een retro-actieve Sinterklaas een aantal cadeautjes kwam terugvorderen door besparingen op te leggen tussen de 5 en 15%. Dat is voor niemand leuk, zeker niet voor beleidsmakers die vorig jaar nog de meest ambitieuze plannen hadden en het hemelse manna van subsidie en steun aan alle denkbare groepen en sectoren beloofden.
Budgettaire discipline is een groot goed en het is de spijtige plicht van de schepen van Financiën om zijn collega’s in het schepencollege ervan te overtuigen dat ook zij eraan moeten geloven en niet al hun wensen zullen kunnen verwezelijken: Kill your darlings, het is niet meer alleen een schrijversprincipe. Toch moet men uitkijken voor hapsnap-maatregelen waarbij onsamenhangend geschrapt wordt: Elk goed beleid, in welke sector dan ook, hangt aaneen op basis van een heel aantal maatregelen en diensten die elkaar aanvullen en versterken. Onoordeelkundig schrappen van individuele uitgavenposten kan ertoe leiden dat de coherentie van het hele verhaal verloren gaat.
Sprekend voorbeeld is de huidige discussie binnen het jeugdbeleid of de professionele security, die de stad goed een jaar geleden heeft ingesteld om dienst te doen tijdens fuiven in het jeugdcentrum Moevement, nog gehandhaafd kan worden. Het is vrij duur en weegt stevig door op het jeugdbudget. Op het eerste zicht dus een evidente kandidaat om te laten schrappen. Maar het bredere plaatje mag ook eens bekeken worden: De stad heeft ervoor gekozen het Moevement te bestemmen als dé locatie voor jongerenfuiven, als compensatie voor de grotendeels verdwenen kleinschalige fuiflocaties in de binnenstad. Om het Moevement aantrekkelijker te maken voor organisatoren werden de huurprijzen erg laag gehouden, het aanbod van licht&geluid verbeterd en kregen organiserende jeugdbewegingen heel wat praktische hulp van de jeugddienst. Sluitstuk van dit beleid was het instellen van een professionele security, die een eind maakte aan het absurde systeem waarin de jeugdbewegingen zelf mensen moesten aanduiden zonder enige ervaring als veiligheidsverantwoordelijken. Een bijzonder verstandige beslissing: Heel wat fuifzalen uit de nabije gemeenten worden geteisterd door frequente vechtpartijen, steeds door dezelfde kleine minderheid uitgelokt, maar waarvan iedereen het slachtoffer wordt. Een jeugdcentrum, dat toch als belangrijke taak heeft jongeren op een veilige manier te laten kennismaken met fuiven en uitgaan, kan zo’n incidenten missen als de pest. Een slechte naam krijgen is erg gemakkelijk, ervan af geraken is héél moeilijk.
Ik heb zelf kunnen vaststellen wat een opluchting het is voor een organisator van een Moevementfuif om te kunnen werken met echte professionals, die in de eerste plaats geweld voorkomen, zowel door hun aanwezigheid als door hun rustige optreden. De bloei van het Moevement als fuifzaal is mijns inziens dan ook voor een deel op het conto van de verbeterde veiligheid toe te schrijven. Het onoordeelkundig afschaffen van deze security zou dan ook wel eens tot gevolg kunnen hebben dat heel het gemeentelijke fuifbeleid in duigen valt wanneer het Moevement opnieuw zijn aantrekkelijkheid zou verliezen.