zondag 2 september 2007

Het leed en smart van Geel en Zwart

Hoewel de titel misschien anders doet vermoeden, gaat het deze keer niet om het immer pal staande Vlaamse heir en haar federale avonturen, maar is het volgens mij nog eens tijd voor het bespreken van een onvervalste politieke cliffhanger die Lier nu al een tijdje bezig houdt: De pijnlijke kalvarietocht van het Lierse sportieve kroonjuweel K Lierse SK.

Op 7 augustus schreef ik hier nog dat ik niet helemaal bekend was met het dossier van Lierse en er daarom ook niets over zou schrijven, maar dankzij een paar uurtjes lezen en herlezen, vergaderen met de fractie en wat eigen analyse ben ik ook weer ingewerkt. Tijd om mijn licht dus eens te laten schijnen.

Eventjes de feiten op een rijtje zetten: Na het kampioenenjaar koos Lierse resoluut om aansluiting te zoeken bij de subtop van eersteklasse. Uitbreiding was daarom noodzakelijk, niet alleen op sportief vlak maar ook infrastructureel. Een doorgeeflening van 3,75 miljoen euro, ter financiering van een nieuwe tribune, werd goedgekeurd in 1999-2000, maar dat volstond niet. Daarom was er eveneens besloten tot een zware bijkomende lening bij Dexia. Het Lierse stadsbestuur ging vrolijk mee in het verhaal en stelde zich “solidair” garant voor de lening. Dat houdt in dat wanneer de eigenlijk lener (Lierse dus) zijn afbetalingen niet meer kan voldoen, de bank bij de solidaire garant (de stad dus) het hele bedrag van de lening meteen kon opeisen. Toen leek dat allemaal puur hypothetisch. Sportieve tegenvallers, bestuurlijke hoogmoed en tal van andere factoren deden Lierse echter de pedalen verliezen en zorgden ervoor dat alle ambitieuze plannen voor niets waren: De kas was leeg en sportief was de groei tot een subtopper steeds minder waarschijnlijk geworden. De wanhopige club werd een makkelijke prooi voor Zheyun Yé en zijn vrolijke kornuiten. Elf jaar na de titel zit Lierse in tweede klasse, is het veroordeeld tot derde en zit het op een ontzettende schuldenberg.

Wat heeft de stad daar überhaupt mee te maken? Heel veel, zo blijkt. Toen Lierse haar betalingen aan Dexia niet meer voldeed, vorderde Dexia het hele bedrag van 1,1 miljoen euro op bij de stad, die bij de openstaande schuld van 3 miljoen euro kwam die Lierse op dat moment nog had bij de stad. De stad heeft toen haar nek uitgestoken door de samenvoeging van beide schulden (de eigen lening plus het Dexia-geld) goed te keuren, gekoppeld aan een vernieuwd en minder stringent afbetalingsplan. In ruil daarvoor werden een aantal duidelijke afspraken gemaakt rond TV-gelden en transfersommen en een duidelijk bussinessplan opgesteld.

Sindsdien werd één en ander afbetaald, maar nu de degradatie een feit is geworden heeft Lierse de witte vlag gestreken en laten weten niet meer te kunnen afbetalen. Een schuld van 3,2 miljoen euro hangt als een molensteen rond de nek van Lierse, met de stad Lier als haar grootste schuldeiser die een hypotheek heeft op haar gronden.

Ik behoor tot de kleine groep “kleurloze” voetballiefhebbers uit de stad en ik ga met evenveel plezier naar Lierse als Lyra kijken. De rivaliteit tussen beide ploegen vind ik aangenaam folklorisme zolang het daarbij blijft en ik meen dat een stad als Lier groot genoeg is om twee totaal verschillende ploegen naast elkaar te laten bestaan. Een onvoorwaardelijke liefde voor één van de twee ploegen is me vreemd, net als een atavistische afkeer voor één van de twee.

Dat geeft me de luxe om compleet onbevooroordeeld het voetbaldossier te bekijken en mijn werk als fractielid in eer en geweten te verrichten. Dat is belangrijk, want dit dossier is het soort kwestie waar Bert Anciaux, met alle verfijning die een minister van Cultuur vanzelfsprekend eigen is, enkele jaren geleden het politieke neologisme “klotedossier” voor uitvond. Scoren kan je hier niet mee: Aan de ene kant wordt er verwachtingsvol naar je gekeken door een beperkte, maar erg vocale en mobiliseerbare groep Liersesupporters, aan de andere kant zal geen Lierenaar het pikken dat de belastingen verhoogd worden om een schuldenput te delgen die gemaakt is door een kleine groep bestuurders, die aan niemand verantwoording aflegden toen ze hun wanbeleid voerden.

De vraag is dan wat je als Liers stadsbestuurder wel moet doen. De stekker uittrekken, Lierse laten vereffenen en de schuld recupereren door de grond te verkavelen? Dat is een optie, maar het lijkt me evident dat zoiets de minst verkieslijke optie is. Met simplisme is dit dossier niet gebaat. Zo leest de blog van Groen!Lier-voorzitter Van Oosterwijck (www.bloggen.be/lierpolitiek):

Maak er voor deze keer korte metten mee en ofwel fusioneer met Lyra en probeer een degelijke club uit te bouwen of begin van nul, met een propere lei, zonder schulden. Maar zulke woorden zijn in mijn stad absoluut taboe, dit is nog erger dan openlijk praten wat je vannacht in je bed hebt uitgespookt.”

Dit getuigt van een zekere wereldvreemdheid, zeker voor een Lierenaar: Lyra en Lierse fuseerden ooit al en het was het soort huwelijk dat niet snel genoeg ontbonden kon worden. Water en vuur zijn nu eenmaal niet te verbinden. Bovendien hebben zij elkaar zo goed als niets te bieden: Een vierdeklasser en een ambitieuze tweedeklasser kunnen elkaar niets bijbrengen: De optelsom van hun budgetten zal niet spectaculair hoger zijn dan wat er nu is, Lyra zal niet bereid zijn mee de schulden van Lierse over te nemen en Lierse zal niet bereid zijn Lyra-spelers op te stellen. En bovendien lost een fusie de problemen van geen van beide ook maar een klein beetje op.

De meest realistische oplossing zie ik in het snel kapitaliseren van de gronden door ze te verkopen aan enkele ontwikkelaars (waarbij de stad erover waakt dat het Lisp niet door hoogbouw of spuuglelijke woonblokken wordt ontsierd), de schuld aan de stad meteen af te betalen en met wat overblijft samen met Lyra een gemeenschappelijk stadion bouwen op de Hoge Velden. Dat kan binnen twee-drie jaar reeds geregeld zijn, een periode die ook voor de investeerders-ontwikkelaars op het Lisp overbrugbaar is. Nog langer van de hand in de tand leven zal van Lierse immers alleen maar meer de risée van het voetbal maken, wat ook rampzalig is voor het imago van de stad zelf.