Wij en zij
Ondertussen is het al sinds eind maart geleden dat ik hier nog gepost heb. Kwestie van nog eens een teken van leven te geven dus hoog tijd om hier nog eens wat neer te pennen. Siteproblemen die het posten een tijdje onmogelijk maakten zijn opgelost (bedankt Bram!), de thesis die mij de voorbije maand zo heeft opgeslorpt is sinds maandag 21 mei ingeleverd, dus niets weerhoudt me nog om hier weer wat regelmatiger te posten.
De ingeleverde thesis, een klepper van honderdtachtig bladzijden met de ronkende titel "Alfred Van der Hallen: Liers oorlogsburgemeester. Kleine man, grote oorlog", draagt hopelijk zijn bescheiden steentje bij aan het schrijven van onze Lierse stadsgeschiedenis. Afhankelijk van de waardering die de achtbare professoren van de UA eraan toekennen eind juni zal ik eens kijken of het niet mogelijk is het werk op een iets bredere schaal te laten uitgeven. Mensen die zich niet kunnen inhouden om al dat moois te lezen kunnen altijd een geschreven versie in bruikleen krijgen op eenvoudig verzoek!
Tijdens mijn onderzoek viel mijn oog op een propagandablaadje van het "Vlaams Nationaal Blok", de Vlaams-nationalistische eenheidslijst die in 1938 met weinig succes deelnam aan de Lierse gemeenteraadsverkiezingen. De enige reden waarom die partij nog herinnerd wordt door sommigen is omdat er ene mijnheer Felix Timmermans op kandideerde, eveneens zonder succes trouwens. Het Vlaams Nationaal Blok-pamflet in kwestie haalde in een artikel uit naar het stadsbestuur, dat op de zaterdagse markt extra ruimte had gemaakt voor meer marktkramen. Het VNB stelde dat die beslissing alleen maar genomen was om "de Joden" een handje te helpen. Heel wat handelaars en marktkramers waren inderdaad Joden uit Duitsland en Oost-Europa, die toen een grote groep van buitenlanders vormden in Vlaanderen. De tekst luidde: "De Markt moet vergroot worden om de Joden plaats te geven. Alles voor de Joden en vreemdelingen, tot ondergang onzer Middenstanders."
Het is blijkbaar van alle tijden. Afgunst, angst en frustratie zijn slechte raadgevers en doen mensen soms domme dingen zeggen over anderen. Dat een briljante gevoelsmens als Felix Timmermans, die overigens heel wat Joodse vrienden had, achter dit soort proza kon staan zegt veel over de kracht van dat soort onderbuikgevoelens. En dat debatten over minderheden en vreemdelingen van alle tijden zijn, zo bleek afgelopen maand.
De vorige gemeenteraad stond in het teken van een incidentje rond het Minderhedenbeleidsplan. Vlaams Belang-raadslid Olivier Peeters haalde uit naar dat plan, waarvan hij vond dat het de allochtone gemeenschap teveel bevoordeelde en opsloot in haar eigen verenigingsleven, dat veel te zwaar werd gesteund en gesubsidieerd door de stad. Daarop kwam meteen een heftige reactie van Spiritist Oztürk Taspinar, die stelde dat het Belang weer eens aantoonde geen moer te geven om minderheden en een uitgebalanceerd en weldoordacht plan aanviel dat ook aan niet-allochtone minderheden aandacht besteedde.
(Artikel over die discussie op http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?articleid=R81C6G0G).
Desalniettemin vind ik de opmerkingen van het Belang niet zo wereldschokkend. Ze komen voor een groot deel overeen met wat ik er zelf over gezegd heb op de fractievergadering van CD&V/N-VA. Het is een feit dat veel Lierse allochtonen erg moeilijk hun weg vinden in het bestaande verenigingsleven in onze stad, maar vooral terugvallen op hun eigen gemeenschapsverenigingen. Zo merkten we onlangs op de vergadering van het JeugdBeleidsPlan bij het bespreken van de bevraging van alle Lierse jeugdbewegingen dat die unisono aangaven dat ze heel moeilijk, zoniet onmogelijk allochtone leden konden vinden en dat ze dat betreurden. Een spijtige zaak natuurlijk, want net in de jeugdbeweging horen kinderen van overal met elkaar kennis te leren maken.
De vraag is dan of het iets oplost om een heel integratiebeleid uit te stippelen dat gericht is op de ondersteuning van allochtone verenigingen. De argumentatie die het Minderhedenbeleidsplan gaf om te pleiten voor ondersteuning en erkenning van allochtone verenigingen sneed volgens mij trouwens geen hout: Zo werd gesteld dat de huidige subsidiereglementen niet afgestemd waren op de noden van het allochtone verenigingsleven, terwijl het hen ook aan inspraakmogelijkheden zou ontbreken om gehoord te worden. Dat lijkt me niet op te gaan: De subsidiereglementen voor jeugdbewegingen in Lier zijn behoorlijk flexibel. Klassieke jeugdbewegingen, toneelverenigingen en dansverenigingen worden allemaal via hetzelfde reglement ondersteund en gesubsidieerd. Ik kan me niet indenken dat het dan voor een allochtone vereniging zo onmogelijk is om aan diezelfde reglementering te voldoen. De praktijk bewijst dat trouwens: Enkele jaren geleden erkende de jeugdraad de allochtone jeugdvereniging Chebbab, die daarna ook subsidies kon krijgen. Wat inspraak betreft, de Lierse jeugdraad is een open jeugdraad. Wie wil, komt er zijn zegje doen. Als allochtone jongeren zich geroepen voelen er hun problemen aan te kaarten, zijn ze meer dan welkom. Dat ze niet komen opdagen, is niet de schuld van de jeugdraad en al helemaal geen argument om te beweren dat allochtone verenigingen inspraak zou worden ontzegd in Lier.
Het is doodjammer dat men vanuit allochtone hoek zo snel de handdoek in de ring gooit en liever in het eigen verenigingsleven blijft zitten dan deel te nemen aan het rijke Lierse verenigingsleven. Het schept een compleet overbodige en nefaste scheiding tussen "wij" en "zij", die ik ten zeerste betreur. Ik zie de Lierse jongeren liever opgedeeld in Scouts, Chiro’s en KSA’ers dan in "Vlamingen" en "vreemdelingen". Wie elkaar niet ontmoet, laat onwetendheid ontstaan over elkaar. Onbekend is onbemind, onbemind kan omslaan in gehaat of gevreesd. En dat is het laatste wat er onder "nieuwe" en "oude" Lierenaars zou moeten leven.


