De trein der traagheid rijdt september binnen.
Na een lange, nieuwsarme zomer begint het weer tijd te worden om mijn blog van onder het stof te halen.
Van het professionele front is er alleen maar goed nieuws te melden: Na vier jaar ben ik met grote onderscheiding afgestudeerd als licentiaat in de Geschiedenis. Waar ik vooral blij mee ben is dat mijn thesis over de Lierse oorlogsburgemeester met een 16/20 uitstekend ontvangen is. Daarmee is weer een aardig stukje Lierse geschiedenis aan de vergetelheid onttrokken en blijkbaar viel dat in goede aarde. Ik zal mijn werk, na nog wat verbeteringen, zeker indienen voor de Geschiedenisprijs van de Stad Lier eind september. Intussen heb ik voor het eerst kennisgemaakt met het harde labeur van de “nine to five”-job, voor een kort onderzoeksproject naar de gijzelaarsproblematiek tijdens de bezetting, bij het SOMA in Brussel. Na jaren universiteit een hele aanpassing!
De formatie in de pers volgen was een weinig opwekkend gebeuren: Een politieke processie van Echternach, een Trein der Traagheid die zich doorheen de zomermaanden pufte, waarvan de uiteindelijke mislukking in de sterren geschreven stond. Eén koppige politica uit de Brusselse bourgeoisie met een te verwaarlozen achterban kon en mocht, met stilzwijgende steun van alle Franstalige partijen, een ondubbelzinnige Vlaamse verkiezingsuitslag negeren en de verwezenlijking ervan torpederen.
In mijn persoonlijk streven naar meer empathie heb ik geprobeerd om, zoals De Ceulaer in zijn artikel over Milquet schreef in Knack, begrip op te brengen voor de franstalige onwil: Hoe zouden wij Vlamingen het vinden als een Waals regionalist, met een Waals programma de verkiezingen zou winnen en met Waalse Hanen wapperend het federale premierschap opeisen? Ik heb er alle begrip voor dat het voor de franstaligen een nachtmerrie is om geconfronteerd te worden met een Vlaamse kandidaat-premier die niet bereid is zijn Vlaamsgezinde electorale mandaat op te offeren voor een Belgisch compromis. Ik heb als democraat dus àlle begrip voor de paniekerige “non” waarmee men aan de andere kant van de taalgrens hoopt deze nachtmerrie te kunnen uitbannen. Ik heb alle begrip voor hun steeds wereldvreemder lijkende overtuiging dat ze de steeds groeiende separatistische tendens in Vlaanderen (45% reeds volgens een recente Belga-enquête) kunnen tegenhouden zonder ook maar één enkele regionalistische toegeving te doen.
Waar ik echter géén begrip voor heb is hoe ze halstarrig weigeren de meest logische conclusie te trekken uit deze en alle voorgaande communautaire crisissen: Dat het aan elkaar opdringen van twee totaal verschillende democratieën stilaan onmogelijk begint te worden en het punt stilaan bereikt wordt dat één van de twee partners de stekker eruit trekt omdat hij het niet langer pikt zijn lot af te laten hangen van de politieke verhoudingen in een ander land. Dat maakt het Franstalige geklaag over het gebrek aan een “Belgische” instelling bij de Vlaamse partijen zo irritant: Als je niet kan of wil aanvaarden dat je huwelijkspartner een andere koers uitgaat, is het zinloos met alle geweld aan het huwelijk te blijven vasthouden. Als je niet wil aanvaarden dat de Vlamingen massaal voor een ontmanteling van de federale staat kiezen en dat denkt te kunnen tegenhouden met blokkeringen, vertragingen en gesputter, hou dan de eer aan jezelf. Elke dag klagen over een slechte job wordt hypocriet als je nooit ontslag neemt.
Het is veelzeggend dat veel krantencommentatoren de communautaire crisis wijten aan het feit dat er geen “Belgische” toppolitici meer zijn. De huidige generatie federale topspelers zou een optelsom van regionale politici zijn die over de taalgrens niet meer bekend zijn en er niet in slagen een “federale” visie te ontwikkelen. Dat sluit aan bij de typisch belgicistische visie dat “politici” vreemde wezens zijn die tegen de wil van de bevolking zich uitleven in communautaire haarspeldkloverij. Dat is uiteraard een absurde redenering: Elke performante democratie weerspiegelt in haar politici haar kiezers. Als de politici niet meer Belgisch zijn maar Vlaams of franstalig heeft dat niet te maken met een abstracte hersenkronkel bij de homo politicus, maar is dat een logisch gevolg van het feit dat er geen Belgisch electoraat meer is om hen te verkiezingen. Er is een Vlaams electoraat en een franstalig, dat zich allebei via de socio-culturele breuklijn van media en politieke cultuur heeft gevormd. De Belgen zijn verdwenen nog voor België zelf verdwenen is. Dat is een veelbelovend idee…


