Schoon Lier, oud Lier
Mensen die mij kennen weten dat ik tegenwoordig mijn dagen vul met het schrijven van mijn licentiaatsthesis, die eind mei moet ingeleverd worden. Eerder toevallig kwam ik een hoop bijzonder interessant materiaal op het spoor over de Lierse VNV-oorlogsburgemeester Alfred Van der Hallen, wat ertoe leidde dat ik mijn thesis heb gewijd aan het Lier van de Tweede Wereldoorlog en haar burgemeester.
Hoewel ik al door geschiedenis gefascineerd ben sinds mijn jeugd heb ik eigenlijk nooit veel aandacht besteed aan lokale geschiedenis. De Zimmertoren, de Lierse musea, de kerken en monumenten... Wat het Lierse historische cultuuraanbod betreft was ik als de spreekwoordelijke Parijzenaar die nog nooit de Eiffeltoren bezocht. Pas met het intensief bezig zijn geweest met het reconstueren van het Lier van zestig jaar geleden ben ik echt geboeid geraakt door de cultuurgeschiedenis van mijn thuisstad. De Sionskazerne is voor mij niet langer een lelijk oud gebouw in verval, maar de plaats waar honderden collaborateurs werden opgesloten in de winter van '44. De Berlarij bekijk ik met andere ogen als ik me bedenk dat ze in de bombardementen tijdens de Eerste Wereldoorlog bijna compleet werd verwoest en heropgebouwd. Het Begijnhof is geen eendimensionale prentkaart meer maar de oase van rust die onderdak en inspiratie bood aan Ernest Van der Hallen en andere Lierse kunstenaars.
Elke hoek van deze oude stad ademt het verleden uit. Dat maakt een kleine stad als Lier in elk opzicht uniek. Het volstaat om naar uit hun krachten gegroeide dorpjes in de Kempen of West-Vlaanderen te gaan kijken om te zien hoe artificiëel en zielloos de op een tekentafel geplande straten en wijken daar wel zijn. De schoonheid van deze stad ligt in haar grilligheid, haar gezicht dat het resultaat is van eeuwen bouwen en heropbouwen. Lier is misschien een warrig Middeleeuws labyrinth dat zich slecht laat inpassen in moderne verkeersplannen, maar elke onzinnige bocht of nauwe steeg bevat duizendeneen verhalen die de moeite waard zijn verteld te worden.
Tijdens de afgelopen verkiezingen werd er wel eens afgegeven op het waanzinnig dure cultuurbeleid, dat meer investeerde in het verleden dan in het heden. Er werd onevenredig veel geld gestopt in het bewaren van oude gebouwen en werken van kunstenaars van langvergeten, terwijl voor een aantal belangrijke actuele noden geen geld zou zijn. Geld dat wordt verspild om een klein elitair clubje culturo's te plezieren terwijl het grootste deel van de Lierenaars er geen boodschap aan heeft. Een kritiek die ongetwijfeld met de beste bedoelingen werd geuit, maar zeker sinds mijn persoonlijke herontdekking van het Lierse verleden kan ik niet anders dan er stellig afstand van te nemen.
Lierenaar zijn is meer dan een woonplaats of een geboorteplaats delen. Elke Lierenaar is erfgenaam van één van Vlaanderens mooiste cultuursteden. De Lierse identiteit is ook in de 21e eeuw onlosmakelijk verbonden met haar rijke verleden. Als we de erfenis van Timmermans, Bergmann en alle anderen die deze stad innig lief hadden afwijzen, wijzen we Lier zelf af.



0 reacties:
Een reactie posten
Aanmelden bij Reacties posten [Atom]
<< Homepage